154x103Mijn passie is om hobbyfotografen de basistechnieken van fotograferen te leren en uit te legen hoe de camera werkt. De vele knoppen en instellingen op de camera zijn voor veel beginnende hobbyfotografen vaak heel verwarrend en tegenwoordig zitten er zoveel functies en mogelijkheden op een camera dat het lastig kan zijn om die allemaal te begrijpen. Het kan ook  frustratie opleveren als het verband tussen de verschillende functies niet duidelijk is en in de handleiding begrippen staan die onbekend zijn. Vaak worden de mogelijkheden van camera's daardoor maar voor een stukje gebruikt en wordt alleen met de automaatstand gewerkt. Dat is natuulijk heel  zonde. Voor iedereen die fotograferen serieus neemt is het daarom nuttig om iets van de techniek af te weten om een technisch goede foto te kunnen maken.  In verschillende artikelen leg ik de belangrijkste functies en instellingen van de camera uit.  Ik geef wekelijks fotografielessen in groepsverband en privé (zowel basis- als vervolgcursussen en workshops fotobewerken). Wil je daar meer over weten kijk dan hier.

Het histogram

histogramHet histogram kom je op bijna alle digitale camera's tegen en is een fantastisch hulpmiddel om snel te beoordelen of je met de belichting van je foto goed zit.  Voor veel beginnende fotografen is het histogram vaak niet meer dan een grafiek waar in de praktijk niet veel mee wordt gedaan. Maar als je je er iets meer in verdiept dan zal je snel ontdekken hoe nuttig het is om het histogram tijdens het fotograferen te gebruiken. In dit artikel leg ik uit hoe dat zit.  (het histogram heeft bij het fotobewerken ook een hele belangrijke functie maar daar ga ik hier niet verder op in).

 

Nadat je je foto hebt gemaakt kijk je meestal meteen op  het display van je camera om te zien hoe de opname  is geworden en behalve naar de compositie zal je ook kijken naar de belichting. Maar eigenlijk  geeft dit geen goede indicatie.  Dit komt omdat de camera heel snel en klein bestandje aanmaakt om dit op het display te tonen. Dat bestandje wijkt altijd af van de werkelijke belichting.  En daar komt bij dat als de zon volop schijnt het display vaak niet helder genoeg is om details goed te zien. Met het histogram is dat anders. Dit geeft wel een objectief beeld  van de beliching omdat het  een grafische vertaling is van het bestand en je meteen aan het grafiekje kunt zien  of je met de belichting goed zit. Bovendien is de grafiek ook heel goed zichtbaar op je display. Hoe werkt het?

 

histogram 2Het histogram is een grafische weergave van je foto en wordt zichtbaar nadat de opname is gemaakt (bij sommige camera-types zie je het tijdens het maken van de foto maar ik raad het af om dat zo te gebruiken). Het histogram is op het display zichtbaar naast de gemaakte opname en misschien moet je even met de display-knop scrollen om er te komen. Soms moet de functie ook eerst in het menu worden geactiveerd, zoals bij Nikon camera's. Je ziet meestal vier grafiekjes onder elkaar staan, één witte (=helderheden) en de andere rood, groen en blauw. Dat heeft te maken met de opbouw van een kleurenfoto in drie kanalen en bij sommige camera's worden die dan afzonderlijk op die manier getoond. Bij fotograferen is de witte de belangrijkste.

 In het histogram staan 256 staafjes tegen elkaar aangeplakt. Ieder staafje geeft een helderheid weer van zwart naar wit. Aan de linkerkant van het histogram zitten de donkere delen, zwart is helderheid 0. Aan de rechterkant zitten de lichte delen helemaal rechts en wit is helderheid 256 (deze getallen zie je trouwens niet in het histogram op je camera terug). Als je een foto hebt gemaakt en je kijkt naar het histogram dan zie je een verloop met verschillende bergjes. Zitten er in je foto veel donkere gebieden, dan staan de bergjes meer aan de linkerkant (in de donkere helderheden). Zitten er in je foto veel lichte gebieden dan staan de bergjes meer rechts.

Hoe moet je het histogram lezen?

Bekijk je de foto op het display dan zie je meteen aan het histogram hoe de belichting van je foto is geworden. Het is heel eenvoudig, zit de berg teveel aan de linkerkant dan kan je foto (te) donker zijn. Het kan natuurlijk zijn dat er veel donkere gebieden in het onderwerp zitten en dan is het logisch dat je dat in de grafiek terug ziet. Als dat niet zo is dan zal de opname onderbelicht zijn. Zo kun je ook heel snel zien hoe het staat met de lichte gebieden wanneer de berg  teveel rechts staat. Bij veel wit in je onderwerp is dat ook te verklaren maar anders zal het waarschijnlijk om een overbelichte opname gaan. In beide gevallen, te donker of te licht, is het een signaal dat er iets mis kan zijn met de belichtingsinstelling. Kijk maar 's naar deze voorbeelden.

 

histogram 4

Bij A zit de berg links, de donkere gebieden zijn teveel vertegenwoordigd, de lichte gebieden komen niet voor.  Bij B is de berg gelijkmatig verdeeld, alle gebieden zijn min of meer vertegenwoordigd. Bij C zit de berg teveel rechts,  de donkere gebieden niet vertegenwoordigd.

onderbelicht  Goed belicht overbelicht
Onderbelicht (A) Goed belicht (B) Overbelicht  (C)

Maar wat is wel goed?

Voorbeeld B zou je als een perfect belichte opname kunnen beschouwen.  De grafiek begint bij 0 en in een mooi verloop eindigt het bij 256. Het histogram is dan mooi gevuld en alle helderheden zijn zo goed verdeeld. De praktijk is vaak toch anders en dat zie je in het histogram terug doordat de bergjes soms meer naar links of naar rechts neigen, wat natuurlijk alles te maken heeft met het onderwerp dat je hebt gefotografeerd. Daarom bestaat er eigenlijk geen perfecte gelichting en misschien ook geen histogram met een perfect verloop. Zolang de verdeling van de bergjes maar gelijkmatig verdeeld zijn en het klopt met het ondewerp dat je hebt vastgelegd, is het prima. Maar zit alles teveel naar links (=te donker) of teveel naar rechts (=te licht) dan is het beter de opname opnieuw te maken met een andere belichtingsinstelling. Dat kan betekenen of de  diafragma- of sluitertijdwaarde aanpassen en/of een andere belichtingsmethode kiezen. 

Clipping (=waarschuwing)

clipping 1Er zit een functie in je camera waarmee je wordt gewaarschuwd voor onder- of overbelichting. Als je naar je opname op je display kijkt dan zie je de gebieden die te donker of te licht zijn knipperen. Dit wordt clipping genoemd en het geeft aan dat in die gebieden  hogere contrasten zitten dan dat de sensor van je camera aankan, bijvoorbeeld teveel donker of teveel licht. Het gebied waar dat zit knippert of licht in een kleur op. Van een klein beetje clipping hoef je geen punt te maken, het ontstaat  al snel bij felle luchten, reflecties (=hooglichten) of schaduwgebieden. Knippert er veel dan zit het met de belichting meestal niet goed. Je ziet dat meteen in het histogram aan de bergjes die dan teveel  naar links of naar rechts zitten en als het ware uit de grafiek lopen. Ook dan is het beter om belichting aan te passen. Meestal is clipping in de hooglichten storender dan in de donkere gebieden omdat op die plekken geen pixels zitten (als je zo'n foto zou laten afdrukken dan zie  je op die plekken alleen wit papier en geen details). 

Tijdens de basiscursus krijg ik nog wel eens te horen dat onder- of overbelichting gemakkelijk in een fotobewerkingsprogramma gecorrigeerd kan worden en dat is natuurlijk waar. Beter is om in eerste instantie een zo goed mogelijke belichte opname te maken. Je hoeft achteraf dan ook minder aan te passen.

Het histogram gebruiken is voor veel beginnende fotografen een lastige stap. Niet omdat het moeilijk is om ermee te werken maar om van de  gewoonte af te komen om de opname alleen op basis van het display te beoordelen. De ervaring is dat als die gewoonte éénmaal is doorbroken het histogram echt een onmisbaar instrument is tijdens het fotograferen.

 

Voor nog meer blogs klik hier