Als je een onderwerp fotografeert waar veel witte of zwarte tonen in zitten dan raakt de lichtmeter gauw in de war als er indirect licht wordt gemeten, dus via de lichtmeetmethodes van je camera. Hoe dat zit staat beschreven in het artikel de lichtmeter. Fotografeer je bijvoorbeeld in de sneeuw dan zal je zien dat de sneeuw niet wit is maar veel meer lijkt op grijs. Dat zou ook kunnen gelden voor een zwart onderwerp. In plaats van zwart zal ook hierbij een grijze zweem te zien zijn. Dit is het effect van indirect lichtmeten in combinatie met een matrix, meervlaks of multi lichtmeetmethode waarbij de helderheden van je foto als het ware middengrijs worden.  Het kan ook zijn dat er in je opname veel contrasten zitten, dus veel donkere en lichte gebieden. Ook in dat geval zal je lichtmeter een gemiddelde belichting maken en kan het zijn dat een deel van je opname  te donker is of juist veel te licht. Met de belichtingscompensatie kun je de keuze van de belichting die je camera heeft gemaakt, op een eenvoudige wijze gaan beïnvloeden.  Dit doe je door te plussen (=lichter maken) of te minnen (donkerder maken). Dit gebeurt  in stapjes van een 1/3e stops.  In de zoeker zie je de plus en de min indicator terug en dat zou er zo uit kunnen zien.lichtmeter Natuurlijk is dat afhankelijk van het type camera maar over het algemeen is dit bij elke camera wel hetzelfde principe.

belichtingscompensatieDe belichtingscompesatie werkt in de P-stand en de diafragma- en sluitertijdmodes. Fotografeer je in de M-stand dan heeft de knop op cameratypes met één draaiwiel, een andere functie, namelijk het instellen van het  diafragma meestal staat er dan een klein diafragma-symbooltje naast).  De belichtingscompensatie werkt dus in de M-stand anders dan in de andere standen en dat is omdat je in de M-stand de sluitertijd (=belichtingstijd) onafhankelijk van de diafragmawaarde instelt.

 

Hoe werkt de belichtingscompensatie

Als je fotografeert in de diafragmamodus dan beïnvloedt de belichtingscompensatie de sluitertijd. Met andere woorden als je  je foto lichter wilt maken dan zet je de belichtingscompensatie in de plus (bijvoorbeeld +1). Deze aanpassing heeft meteen een zichtbaar effect op de belichting van je opname. Wat er namelijk gebeurt is dat de belichtingstijd (=sluitertijd) langer is geworden. De sensor is langer belicht en daardoor is de opname lichter geworden. Wil je de opname donkerder maken dan ga je in de min (-1). Het effect is dat de opname donkerder zal zijn omdat de belichtingstijd (=sluitertijd) korter is. Eén belichtingsstop  (bijvoorbeeld +1) betekent bij een sluitertijd van 1/125e sec dat de sluitertijd naar 1/60e sec gaat. 

Als je de belichtingscompensatie goed toepast dan kun je in bepaalde belichtingssituaties een goede belichting bereiken terwijl je foto er anders misschien te donker of te licht uit zou zien. Bijvoorbeeld wanneer je op een prachtige felzonnige winterdag aan het fotograferen bent, met een besneeuwde omgeving. Er is dan heel veel licht en je zult dan geneigd zijn om  diagragma- en sluitertijdwaardes (belichtingstijd) respectievelijk te klein en te kort in te stellen vanwege de hoeveelheid licht. Door juist in zo'n geval de opname met +1 te overbelichten zal je zien dat de foto er veel beter uit komt te zien. 

EV 0EV 1

belichtingscompensatie op 0                              Belchtingscompensatie +1

Altijd weer terugzetten naar 0

Het is heel belangrijk te onthouden om belichtingscompensatie altijd weer op 0 terug zetten, dus in het midden. Dit gebeurt niet automatisch , ook niet als je de camera uit en weer aan zet. Dus niet vergeten, want anders zal het zomaar kunnen dat je foto's te donker of te licht zijn. 

 

Voor nog meer blogs klik hier